Kamawan ( korte verklaring van de naam)

  • "Kamawan" wil vrij vertaald zeggen: "Who cares? Wat kan (mij) het schelen? "
  • Dit klinkt nogal negatief, zelfs nihilistisch en het doordringende cynisme lijkt wonderwel bij onze tijdsgeest te passen. Niets is echter minder waar!
  • Enkel wie (oppervlakkig be)oordeelt loopt hier in de val.
  • Dit kan een les zijn in het bewust worden van onze onbewustheid en in te zien dat (meestal) niets is wat het lijkt!
  • "Kamawan" duidt dus juist op het voorbijgaan aan elk oordeel, dus loslaten van (door de maatschappij en jezelf) opgelegde beperkingen en een uitdoven van egocentrische illusies en verkrampte conditioneringen, toelaten en omgaan met wat is (en vanuit de stilte en rust die je daar ontmoet) 1 worden met de pure essentie hier en nu van het moment.
  • Puur leven dus in ’t  hiernumaals.
  • "Dojo" is de plaats van de weg waar we oefenen om opgedane inzichten aan den lijve te ondervinden en werkelijk te beleven, voorbij 'mooie woorden'; waarmee we dan ook ons bewustzijn trainen om aan de slag of op weg te kunnen gaan in het dagelijkse leven. Elke les is dus een levensles.
  • Ieder die bewust wil trainen, meer nog: die zijn communicatief bewustzijn op een fysieke en tegelijkertijd wezenlijke holistische manier wil trainen, waarbij men bovendien gebruik leert maken van de harmonische energie in een zeer educatieve kunst is van harte welkom in Kamawan Dojo!
  • Een verdere verklaring waar de naam van de club vandaan komt, vinden we in het volgende artikel van Kensho Furya.
  • Tevens volgt er meer toelichting waar Kamawan mijns inziens naar verwijst.

 Dojo, de Japanse term voor “school”, komt, zeker in geval men spreekt over Krijgskunsten, van de Chinese term dao chang. Dit was oorspronkelijk in het oude China een verzamelnaam voor eender welke plaats waar religieuze rites of goddelijke ceremonies werden gehouden. Het woord “dojo” werd vermoedelijk van China naar Japan gebracht in de vroege achtste eeuw. Origineel had het niet de betekenis van “school”, noch van “tempel”, maar verwees het naar een heilige plaats, meer specifiek naar een geïsoleerde plaats op de berg waar naar verluid supernatuurlijke krachten zouden heersen. Dao Chang betekend letterlijk “plaats van de Weg”. Het gebruik van deze term werd ontwikkeld door kluizenaars uit de bergen die hun leven doorbrachten in de wildernis met het uitvoeren van verschillende reinigingsrituelen om zo tot Verlichting te komen.
De eerste krijgskunstenaars, die deze kluizenaars opzochten voor spirituele begeleiding en inspiratie, gingen langzamerhand de term “dojo” gebruiken om te verwijzen naar hun eigen oefenplaatsen. In vroeger tijden waren er geen Krijgskunstscholen zoals we die tegenwoordig kennen. Onderricht vond gewoon plaats waar en wanneer een leraar besloot te oefenen of zijn kennis te delen, of dit nu was in een open veld of hoog op een met mist omhulde bergtop. Sommige Krijgskunstmeester zagen het slagveld of het moment waarop men een tegenstander ontmoette in een gevecht als de enige echte school. Nog een ander populair gezegde uit die tijd was : ”De enige echte school voor de Krijgskunsten is de dojo van het leven.”

In het feodale Japan trokken leerling-krijgers het land rond op zoek naar geoefende leraars om zo iets bij te leren in de Krijgskunsten. Toen Japan daarna rond de jaren 1600 een periode van relatieve rust inging, verhuisden verschillende krijgsheren die niet langer in dienst waren bij feodale leenheren naar steden of stedelijke centra om daar hun brood (of rijst in dit geval) te verdienen als instructeurs.
Dit was het begin van de “dojo” zoals we die vandaag kennen. In die tijd werden deze eerste dojo's machi-dojo of “stadsschool” genoemd. Soms werd er op deze dojo's neergekeken omdat ze enkel geformaliseerde en onrealistische technieken aanleerden. Na verloop van tijd, echter, werden deze dojo's enorm populair, met competitieve scholen die trots hun traditie en stijl van Krijgskunst aanprezen op grote uithangborden om zo meer studenten te lokken.

.

.

  • Veel scholen, in het bijzonder diegene die zich profileerden als “hard-core”, waren helemaal niet geïnteresseerd in de verkoop van hun waren.
  • Deze scholen gebruikten een eerder ongewoon uithangbord.
  • Tenzij je een getrainde krijgskunstenaar was had dit bord helemaal geen betekenis.
  • Op het bord stonden de afbeeldingen van
  • een sikkel (kama in het Japans)
  • en een rijstkom (wan).
  • Cryptisch, inderdaad.
  • Maar wanneer het Japanse woord voor sikkel en rijskom na elkaar worden gelezen vormen ze het woord kamawan, wat letterlijk betekend : “Het kan ons niet schelen of je nu binnenkomt of niet.”
  • Een meer figuratieve vertaling zou zijn : “Het kan ons niet schelen of je ons uitdaagt of niet.”

In tegenstelling tot vandaag was dit uithangbord niet bedoeld om nieuwe leerlingen aan te trekken en heeft het, in tegendeel, hoogstwaarschijnlijk de meest bange studenten weggejaagd.
Wanneer je tegenwoordig de overvloed aan uithangborden, flyers en advertenties ziet die reclame maken voor de Krijgskunsten is het verleidelijk die af te schrijven als tekenen van onze tijd. Dit marketingmateriaal heeft ons echter ook een goed beeld van hoe men tegenwoordig tegen Krijgskunsten aankijkt, zowel vanuit het standpunt van de leraar als dat van de leerling. Eeuwen geleden zochten aspirant leerlingen jarenlang naar een competente leraar. Vandaag hoef je maar de Gele Gids open te slaan en je vinger laten beslissen. Tegelijkertijd hebben veel leraars meer moeite dan ooit tevoren om hun school te leiden. Het merendeel van die problemen zijn terug te brengen tot een zekere “Commerciële Overhead” die een realiteit is binnen de huidige competitieve commerciële maatschappij.
Net door deze druk zijn onze waarden sterk aangepast. Leraars moeten nu minder verwachten van leerlingen en leerlingen verwachten heel wat meer van hun leraar of ze gaan weg, op zoek naar een volgende school die hen 'meer' kan bieden. Uiteindelijk worden we zo bezeten van het meer en meer ontvangen dat we het eigenlijk proces van training en ontwikkeling uit het oog verliezen.

  • Training in de Krijgskunsten is paradoxaal.
  • We hebben een sterke wil nodig om de Kunst meester te worden, maar het is juist die wil die ons er van kan weerhouden om ooit volledig in te zien wat de Kunst in essentie precies inhoudt en betekent.
  • De Zen-meester Dogen zei dat Verlichting niet kan worden bereikt zonder een sterke wil om op zoek te gaan. Hij noemde dit de “Weg-zoekende geest”.
  • Maar hij vertelde ook dat de wil om tot Verlichting te komen het grootste obstakel was op die weg naar Verlichting. Vandaar de uitspraak: 'als je de Boeddha ontmoet, dood hem dan!'

Dogen had ooit een heel moeilijk moment tijdens zijn meditatie, maar verwierf plotseling inzicht toen de meester “Laat je lichaam en geest vallen !” riep naar een priester die naast hem zat. Toegepast op de moderne training in de Krijgskunsten betekent dit dat we moeten omgaan met de realiteit van het Meesterschap - wat de dagelijkse training is - en niet met het concept van “We moeten trainen.”

  • We zijn aan het trainen.” is realiteit,
  •  We moeten trainen.” is slechts theorie.

Richt je (product)doelgerichte intensiteit op het (proces) hier en nu. Dit idee kan verder verduidelijkt worden aan de hand van een vraag die werd gesteld aan meester Dragon Claw, een vermaard Chinees gevechtskunstenaar uit de zevende eeuw. Een student vroeg aan Dragon Claw: ”Hoe kan ik echte voldoening vinden in mijn training ?”. Meester Dragon Claw antwoordde eenvoudig: “Een dief die binnenkomt in een leeg huis.”. Het spreekt voor zich dat de student zich weinig raad wist met dit antwoord. “Een dief die binnenkomt in een leeg huis.” betekend dat de dief niets heeft om mee te nemen, geen reden heeft om in te breken en dat er niemand is om hem na te jagen voor het plegen van zijn misdaad. Er eigenlijk totaal geen misdaad gepleegd. Volgens meester Dragon Claw is dit de perfecte mentale staat waarin iemand zich moet bevinden om Krijgskunsten te studeren. De student moet zich volledig laten opslorpen in zijn training, tot op het punt dat er geen onderscheid meer is te maken tussen zijn dagelijkse leven en het meesterschap van zijn Kunst.

Tegenwoordig wil iedereen erg veel, maar niemand weet eigenlijk wat het is dat hij wil. Velen willen trainen in de Gevechtskunsten maar kunnen zich blijkbaar de opoffering van de training niet riskeren zonder dat daarvoor een of andere vorm van verdienste tegenover staat. Als een resultaat hiervan moeten leraars zichzelf en hun school verkopen met behulp van marketinginstrumenten aan studenten die rondkijken op zoek naar Krijgskunsten zoals een huisvrouw zoekt naar de laatste promotie voor wasproducten.
Nog een laatste bedenking bij dit onderwerp : verschillende jaren voor zijn dood werd Zen-meester Sawaki Kodo Roshi geïnterviewd door de nationale Japanse televisie. De interviewer vroeg hem : “Welke voordelen heb je gehaald uit al uw Zen ervaring en verlichting ?”. Sawaki antwoordde : “In 30 jaar van meditatie en oefening heb ik absoluut niets ontvangen.”.
De interviewer was, zoals voorspeld kon worden, met stomheid geslagen.

  • Wat nu volgt is mijn visie hieromtrent.
  • Deze is bedoeld om eventuele 'voeling' aan te spreken bij de lezer, zodat er een gedeeld bewustzijn ontstaat in een gemeenschap van gelijkgestemden, een 'magnetisch centrum' als het ware.
  • "Kamawan" wil dus vrij vertaald zeggen: "Who cares? Wat kan (mij) het schelen? " Dit klinkt nogal negatief, zelfs nihilistisch en het doordringende cynisme lijkt wonderwel bij onze tijdsgeest te passen. Niets is echter minder waar! Enkel wie (oppervlakkig be)oordeelt loopt hier in de val.
  • Dit kan een les zijn in het bewust worden van onze onbewustheid en in te zien dat (meestal) niets is wat het lijkt!
  • "Kamawan" duidt dus juist op het voorbijgaan aan elk oordeel, dus loslaten van (door de maatschappij en jezelf) opgelegde beperkingen en een uitdoven van egocentrische illusies en verkrampte conditioneringen, toelaten en omgaan met wat is (en vanuit de stilte en rust die je daar ontmoet) 1 worden met de pure essentie hier en nu van het moment.
  • Puur leven dus in ’t  hiernumaals.
  • Wat dat betreft is er een prachige spreuk in het Engels:
  • 'The past is history, the future is a mystery, now is a gift, that's why it's called: the present'.
  • Het 'zero-time' Nu omvat al wat is, dus: waar wacht je op? Leer eerst aanwezig te 'zijn'. Als je je enkel focust op het product (het wat), mis je het hele proces (het hoe) en dus eigenlijk je leven. Je kan pas vrij handelen als je echt in essentie aanwezig bent los van welke illussie en conditie dan ook, want dan accepteer je pas wat is om het dan ook te laten zoals het is of om initiatief te nemen om eventuele veranderingen aan de situatie aan te brengen. Deze acceptatie en eventuele verandering komen dan vanuit je intuitie en niet meer vanuit een vroegere illusoire geconditioneerde reactie.
  • Evenwicht vinden in jezelf en omgeving, dit vraagt een enorme inspanning.
  • Indien je spiritueel, mentaal en fysiek evenwicht vindt zal de energie stromen. Dit betekent terug gaan naar de kleine dingen die je kunt begrijpen en koesteren, af en toe stilstaan en leren ‘inzien’  en telkens weer de illusies doorprikken om in het reine te komen, om dan zo verder te kunnen evolueren en dan pas het geheel in evenwicht brengen.
  • We doen, zeggen dikwijls verkeerde dingen en hebben dan frustraties, spijt en wroeging en dan kun je loslaten en verder gaan, maar je kunt de situatie ook rechtzetten of in evenwicht brengen.
  • Het universum, natuur, dier en mens zoekt dit evenwicht om uiteindelijk deel te maken van de grote gehele KI stroom.

Er is een zen-gezegde dat zegt dat we 80% van ons leven en onze energie verspillen met (ego)ballast. Ons van onze 80% ballast bewust worden is essentieel om ooit ons volle potentieel zinvoller te kunnen aanwenden. Laat dus de ballast los (die je verhindert te groeien) en niet de balans. Integendeel, het loslaten symboliseert onthechting, een overgave die je terug in balans met het grote geheel brengt.

Loslaten is dus allerminst een loskoppeling van de onderlinge verbondenheid - het ‘inter-zijn’ -met al wat is, waarbij men dan in zijn hoofd woont als in een cocon en zich waant in de illusie van verlichte gelukzaligheid. Het is uiteraard evenmin de bedoeling om te vluchten in een berustende ‘je m'en fou’ -attitude en te doen alsof je overal boven staat - al dan niet met het nodige leedvermaak - badend in de wrokkige en zelfvoldane waan van het eigen grote gelijk. Spoor dus eerst de onrust en waanzin op in je eigen geest.

 

  • Evenwicht is per definitie niet te forceren dus besef dat je ,door het evenwicht (geforceerd) te willen herstellen, compensatiegedrag vertoont dat nog meer onevenwicht kan veroorzaken. Dit is waar de term wu wei op slaat: spontaan handelen door niet te forceren.
  • Initiatief nemen en naar-inzicht-en-mededogen zinvol handelen zijn dan pas echt mogelijk.
  • Dit houdt ook in dat we onze inherente machteloosheid en chaos inzien en daarmee om leren gaan, rustig en ontspannen leren filteren en openstaan voor wat is je leven lang en zo dieper en intenser genieten van het leven in plaats van je telkens weer te frustreren. We hebben geen zeggenschap over geboorte en dood, dus laat ons die waan van controle hierover loslaten en open staan voor wat het universum het leven te bieden heeft en leren ‘scheppen uit het niets‘. Precies hierdoor krijgen we de kans om in vrijheid verantwoordelijkheid te nemen voor het leven en ons ’Gods bevel’ in volle authenticiteit ten uitvoer te brengen in plaats van onze - op angst en onrust gebaseerde - gehechtheid en (vaak door andere mee voorgekauwde) illusies als geforceerde houvast te hanteren.
  • Wij zijn immers uniek en niet gelijk aan elkaar. Democratisch gezien zijn we misschien gelijkwaardig en biologisch- antropologisch gezien zijn de onderlinge verschillen tussen mensen inderdaad misschien niet zo groot en vertonen we inderdaad een zekere drang tot conformisme, voornamelijk als reactie om uit ons isolement te geraken van het ‘geworpen zijn in het universum’,  maar de betuttelende standaardisering van de mens en het kudde conformisme dat reclamelui, politici en vele anderen ons in de strot willen rammen, wil beweren dat wij allen eenvormig gelijkaardig zijn, wat een grove onderschatting is van het ware menselijk potentieel. Dat dit laatste idee van gelijkheid leidt tot  waarden vervlakking hoeft geen betoog.
  • Gelijkheid in religieuze zin betekent echter dat wij allen onder een hemel kinderen Gods zijn, dat wij allen een zijn, maar dat juist daarom de uniciteit van eenieder moet worden geëerbiedigd. Ieder is immers uniek    , een microkosmos in de macrokosmos als het ware.  (Alles ben ik; ik ben leeg; leeg is onbeperkt manifesterend; onbeperkt manifesterend is zelf-bevrijdend) Van ki naar ik naar ki: Ik ben via kokyu (ademhaling) de manifestatie (verschijnsel in manifeste vorm) van pure ki (de grote energiestroom), of zoals Christus het al zei: "Voor Abraham was, ben ik".
  • (Wat dit laatste betreft zal ik nog enige duiding moeten toevoegen. Het probleem is echter dat je op den duur misschien zo blijft duiden dat uiteindelijk niets meer duidelijk is, dat het belerend wordt en dat woorden nooit de essentie perfect kunnen weergeven en altijd voor interpretatie vatbaar zijn.)