KAMA ..... WAN ....

...... DO .......... JO

 

 

 

Aiki overwint het (egocentrische) zelf.

  • Het neemt niet alleen vijandigheid uit ons hart, maar door het transformeren van degenen die als vijanden overkomen in geen vijanden meer, leidt het tot absolute perfectie van het zelf.
  • Deze martiale kunst is daarom de opperste weg en oproep om ons lichaam en spirit te verenigen onder de wetten van het universum.
  • Deze expressie  duidt op onze wezenlijk verbondenheid met het bestaansmysterie en is dus per definitie ‘religieus’. In essentie is deze verbondenheid voor alle - al dan niet - godsdiensten wezenlijk, maar wordt die naar eigen inzichten en spirituele niveaus geinterpreteerd.

Aikido symboliseert het staan tussen hemel en aarde. Zo vormt het als het ware een non duale brug tussen de manifeste vorm, het mysterie en de universele ‘goddelijke’ ki energie. Men zou zelfs kunnen zeggen dat het een levensbeschouwing is waarin zen, kwantumfysica en (christelijke) mystiek perfect symbiotisch samen kunnen komen, vanuit een wezenlijke beoefening.

Aikido is dus een oproep om ons lichaam en spirit te verenigen onder de wetten van het universum.

De kunst is dus om uiteindelijk voorbij deze woorden de Aiki-weg te gaan, anders loopt men het risico te blijven hangen in dogmatiek en concepten die niet de weg zijn. Dus: Ga voorbij, ga voorbij, ga met alles en iedereen voorbij, ga met alles en iedereen zelfs voorbij aan het voorbijgaan en ... ontwaak! of zoals het in de hartsoetra klinkt: "Gate, gate, paragate, parasamgate, Bodhi Svaha!"

top>

 

 

 

Martiale communicatie en bewustzijn

  • Aikido is dus eigenlijk meer dan een martiale kunst: het is een (martiale) communicatie waarbij we ons open stellen en waarbij we vanuit een puur gevoel onszelf in staat stellen vrij initiatief te nemen.
  • Zo kunnen we vanuit het hele spectrum (een waaier) van nuances en mogelijkheden de juiste respons spontaan filteren.
  • Dit biedt heel wat meer perspectief  dan de reacties van een louter confrontatie(model) -maar sluit ze dus niet uit!-  waarbij de adrenaline reacties fight, flight (& freeze) de enige opties lijken te zijn en waarvan de signalen door het ego dan vaak mis geïnterpreteerd worden.
  • Begrijp mij niet verkeerd: als het (getrainde) lichaam spontaan reageert onder invloed van de adrenaline die het klaarmaakt voor de actie, dan is daar niets mis mee. Als echter het limbisch systeem zich 'vastzet' als gevolg van een geconditioneerde angst voor de angst die als een soort achtergrondruis je spontane actie verhindert en het zuiver beoordelingsvermogen evenals je levensvreugde vergalt, dan is er wel een probleem.
  • Maar vergis je niet: door bewust te worden, door training en inzicht te krijgen… in o.a. deze reacties, in slachtoffer-prooi mechanismen, in je onbewustheid kun je leren omgaan met fysieke en emotionele stress, kortom met de chaos die extreme omstandigheden veroorzaken zonder zelf ten onder te gaan.
  • Om hier een voorbeeld uit toe te lichten kan men zeggen dat aggressors, manipulators en machtswellustelingen zich niet bewust zijn van hun onbewustheid, maar terdege gefocust op de zwakte of het zwak moment van hun slachtoffer, dat op dat ogenblik ook onbewustheid uitstraalt. Bij een bewust iemand pakken zij echter in het 'niets' en zullen ze de energie die ze sturen voelen terugkomen.
  • Aldus kan men het confrontatiemodel leren ontstijgen tot communicatie, terwijl je alle opties open houdt en steeds ter beschikking hebt. Je wordt als het ware proactief in plaats van reactief. Je fight or flight opties kunnen hierdoor veel verfijnder en gerichter (als een scalpel i.p.v. een voorhamer) aangewend worden.  Sterker nog: door je open te stellen zal je lichaam in staat zijn spontaan tot (de gepaste) zuivere actie te komen terwijl als men alleen maar heeft geleerd te reageren vanuit vastgeroeste conditioneringen en angstige ideeën is dit zeer de vraag. De kans op een panische paranoïde reactie of een van een struisvogel die zijn kop in de grond steekt, is  zeer reëel en uiteraard niet de meest heilzame of het nu een martiale situatie betreft of eender welke andere.  Bovendien zou een gebrek aan inzicht en bewustzijn deze reacties kunnen versterken en in een neerwaartse spiraal tot meer onbewustheid, onrust en frustratie kunnen leiden.
  • Laat het dus duidelijk zijn dat het er bij een sterke spirit die in staat is zich open te stellen op aan komt om de illusies van het ego te doorprikken, uit te doven als het ware in plaats van om het ego op te bouwen en sterk te maken, wat dat ook moge betekenen.
  • Zo is een ware Aikidoka (Aikido beoefenaar) pacifist door eigen keuze en niet door dwang of angst.
  • Zie hier het verschil tussen een pacifist die zijn leven leidt en een passivist die zijn leven lijdt.
  • Trouwens: Aikido is een Budo (Krijgsweg). Als we de karakters van Budo analyseren zien we dat ze ‘2 speren’ en ’tegenhouden’ symboliseren. Dit wordt ook wel de paradox van de martiale kunsten genoemd en wordt dan gewoonlijk ook geinterpreteerd als het (innerlijke) gevecht voor vrede. Of men (uiteindelijk) vanuit dit innerlijk gevecht terug tot de essentie, tot de bron kan komen hangt van jezelf af en is jouw zo-simpele-maar-aardsmoeilijke levenslange opdracht. Je kan zoeken en allerlei leraars en dogma’s volgen als waren het mentale afgoden, maar niemand behalve jijzelf kan jouw leven beleven.
  • Een vaak gebruikt zen gezegde drukt dit prachtig uit: “het is als een vinger die naar de maan wijst, concentreer je niet op de vinger of je mist al de hemelse pracht“.
  • De weg is uiteindelijk wijzer dan de wegwijzer. Toch is de richting die de ware wegwijzer geeft vaak heel belangrijk (vooral als men de maan niet ziet of als men vol is van de eigen illusies hiervan). Zo kan hij met andere woorden helpen om de levensgrote vragen te herformuleren, waarop men dan uiteindelijk zelf een uniek antwoord kan bieden.  Deze transmissie tussen leraar en leerling wordt in Japan Soku-Taku genoemd en dit wordt symbolisch voorgesteld met een kip en het kuiken dat uit het ei komt. Op het moment dat het kuiken klaar is om uit de schaal te breken, pikt de kip een keer op de schaal waarmee ze een miljoen jaar van instinct bevrijd bij haar kuiken. Soku-Taku is het geluid van de kip en het kuiken die respectievelijk langs de buiten- en de binnenkant tegen de schaal pikken. Een ware leraar weet dus juist in te schatten wanneer de leerling klaar is om zelf te gaan.
  • Zo geeft de wijze mee en lost  dan uiteindelijk als het ware spoorloos op in het niets. Zijn rol bestaat niet in bestaan, maar in inspireren en voorbijgaan.  Zo vallen zijn vruchten ‘als voedsel voor anderen‘. Hij kan een openbaring geven van de mogelijkheden, maar niet ‘iets’ toevoegen aan wat er in essentie niet al was. Hij kan dus helpen het ‘stof’ weg te vegen of de ‘aangekoekte conditioneringen’ los te kappen, maar doordringen tot je essentie, je ware natuur moet je uiteindelijk altijd zelf doen. Zo wordt er dus zelfs N-iets doorgegeven en is er enkel hoop en al ontwaken tot je ware wezen. Dit verder met woorden trachten uit te leggen is als proberen de maan (daar heb je ze weer)  te raken door met stenen te smijten.

    Ieder die bewust wil trainen, meer nog: die zijn communicatief bewustzijn op een fysieke en tegelijkertijd wezenlijke holistische manier wil trainen, waarbij men bovendien gebruik leert maken van de harmonische energie in een zeer educatieve kunst is van harte welkom in Kamawan Dojo!

 

 

 

..

..

 

top>

Hoopvolle slotbemerking:
  • Zou de transmissie
  • 'van hart tot hart’
  • nog kunnen doorgegeven worden
  • door een simpel gebaar
  • als het omhooghouden
  • van een bloem?

Het kan niet zo zijn dat het hart zo ‘hard’ geworden is dat het eigenlijk niet meer tot het ‘leven’ behoort.

Verdere toelichting over: De transmissie van 'hart tot hart'

De Boeddha zat met z'n leerlingen rondom zich. Een jongeman komt naar hem toe, geeft hem een bloem en vraagt of hij hem zijn leer kan verkondigen. Boeddha neemt de bloem aan, bekijkt ze, houdt ze omhoog en zegt niets. Stilte. Plotseling glimlacht een van zijn leerlingen. En zo zegt men, is zen niets meer dan het van 'hart tot hart' overdragen van de glimlach van die leerling. Dit is allemaal heel mooi, maar waar slaat dit nu op.

Welnu, belangrijk zijn de woorden bloem en leer: de jongeman biedt de Boeddha een deel van het wonder van het bestaansmysterie in ruil voor zijn theorie. De Boeddha zou iets hebben kunnen zeggen in de zin van het geraakt zijn door het bestaansmysterie of wat dan ook..., maar wat hij ook zou zeggen, het zou slechts een theoretische interpretatie zijn die fundamenteel verschilt van de waarneming. Hij zal het dus tonen, in de hoop dat iemand inzicht krijgt in wat hij bedoelt. Wanneer zijn leerling Mahakashyapa plots tot inzicht komt, zwijgt en glimlacht hij, aangezien hij het mysterie anders ook tot een theorie reduceert. En zo heeft men dus sindsdien: een bijzondere overdracht buiten de geschriften; niet afhankelijk van woorden of letters; rechtstreeks wijzend naar het hart; de eigen natuur doorziend en boeddhaschap verwezenlijkend of dus wat men kortweg het wezen van zen noemt.

'Maar waarom leg jij dat nu uit, dan?' zou men kunnen vragen. Ofwel heb ik er niets van begrepen, ofwel is het om als wegwijzer te dienen in de hoop dat er toch iemand de maan ziet, ofwel ligt het in onze westerse roots die graag met kennis pronkt, want iedereen weet dat als we iets weten, dat we graag weten dat iedereen weet dat we het weten. Ofwel schaam ik me nu stiekem kapot om zoveel letterdiarree en was het wellicht beter geweest om hier gewoon een smiley neer te zetten. 

 

top>

 

 

'van hart tot hart'

'van hart tot hart'

 

 

 

..

 

top>

Implicaties voor de mens in onze maatschappij

De transmissie van hart tot hart en het vermogen tot liefhebben vereist namelijk een rijpe en creatieve persoonlijkheid. Het mag duidelijk zijn dat onze sociale structuur en cultuurgeest verre van bevorderlijk is voor de ontwikkeling van dit vermogen en dat ware liefde een zeldzaamheid is. In een graaicultuur waar het vergaren van dode dingen prioritair is aan menswaardigheid heeft dit een verregaande invloed op het collectief bewustzijn en de persoonlijkheidsstructuur van de westerse mens. Die verliest immers meer en meer zijn individualiteit en is zo niet meer dan een vervangbaar schakeltje in de krankzinnig dolgedraaide machinerie. Door overconsumptie, routine en waan van vrijheid en onafhankelijkheid... raakt de mens steeds meer vervreemd van zichzelf, zijn medemens en de natuur. Hij waant zich veilig in de kudde, maar daar blijkt hij meer dan ooit alleen te staan met een diep gevoel van onzekerheid en angst, dat hij probeert weg te werken met wanhopige lapmiddelen zodat hij zich zeker niet bewust zou moeten worden van zijn eenzaamheid. Zo beschouwt hij de wereld als een grote moederborst die hem voedt, hoop geeft en... steeds weer teleurstelt. Alles, zowel spiritueel als materieel wordt in deze 'platland matrix' gedegradeerd tot consumptie-artikel. Zelfs de mens zelf wordt een product op de persoonlijkheids- en de arbeidsmarkt. Dit alles leidt tot een verval van het algemeen menselijk vermogen en het vermogen tot liefhebben in het bijzonder. Wat overblijft zijn allerlei neurotische en pathologische sentimenten en projecties die verwart worden met ware liefde, met alle nefaste gevolgen vandien en met als summum van het gebrek aan zinvolle betrokkenheid tot het leven een destructieve voorliefde voor de dood (gekoppeld aan een grenzeloos egocentrisme en een eindeloze gehechtheid). Velen hoeven niet eens te overleven, laat staan echt te leven want hun ziel is al zo goed als dood. Dat dit laagje 'beschaafd' vernis een verkankerde zweer omhult die vooralsnog afgeleid kan worden door 'brood en spelen' en door angst ingeboezemd conformisme is blijkbaar nog niet duidelijk genoeg. De enige genezing (bij de nog niet-hartelozen) ligt in het ontwikkelen van het scheppend vermogen van de mens, in het zinvol gebruik van zijn godgegeven capaciteiten. Pas dan kan de mens het bloed weer echt voelen stromen, pas dan voelt hij het innerlijke vuur echt, pas dan voelt hij zijn spontane Aiki-levensvreugde weer.

top>

 

 

 

...

top>

Nood aan 'Do'

  • Deze ontwikkeling tot spirituele groei en hoger bewustzijn, die men in de martiale kunsten 'Do' - de weg - noemt, komt echter niet zomaar vanzelf uit het niets. Ze vereist discipline, concentratie, geduld en uiterste toewijding. Een woordje uitleg ter verduidelijking. De meeste mensen doen hun 'ding', dit kan een hobby zijn of wat dan ook, als ze er in de goede stemming voor zijn, dus eigenlijk als ze er zin in menen te hebben. Dit is niet de discipline die ware levensontwikkeling vereist, want die vereist zelfdiscipline in het gehele leven. Nochthans zijn de meeste mensen 'gedisciplineerd' genoeg om dagelijks om den brode gemiddeld acht uur per dag routine arbeid te verrichten. Maar, als reactie daarop, omdat hij zijn energie in 'dienst' stelt van een doel dat hij niet geheel zelf heeft gekozen rebelleert hij hiertegen met een infantiele toegeeflijkheid  voor zichzelf in zijn consumptiegedrag en met een sterke behoefte om te gaan 'ontspannen', 'ontstressen', 'onthaasten' en diens meer. Bovendien is hij zo wantrouwig geworden tegen elke vorm van autoritarisme, maar daarbij ook tegen zeer redelijke en levensnoodzakelijke zelftucht. Het gevolg is dat het leven nog chaotischer wordt en het concentratievermogen verloren gaat.
  • Concentratie is een zeldzaamheid in onze gejaagde, oppervlakkige en verstrooide maatschappij. De mens wil veel, te veel en liefst alles tegelijk: hij consumeert begerig, bereid om alles en nog wat op te slokken. Zo is het voor de meeste mensen nagenoeg onmogelijk geworden om alleen te zijn of om stil te zitten zonder iets te 'moeten' doen.
  • 'Geduld is een schone zaak' luidt het spreekwoord. Toch bevordert ons maatschappelijk systeem ook hier het tegenovergestelde, namelijk snelheid. Uiteraard zijn hier belangrijke economische redenen voor, kijk maar naar de uitdrukking: 'time is money'. Het probleem is echter dat menselijke waarden worden bepaald door economische waarden. De mens denkt dat hij tijd wint door alles snel te doen, maar weet met die 'gewonnen' tijd niets aan te vangen dan alweer druk te doen of hem gewoon te verdrijven.
  • Een pure, uiterste toewijding is noodzakelijk om meester te worden van je leven. De eigen persoonlijkheid wordt zo tot een instrument bij de beoefening van de weg.

Nu kun je zeggen: dit is allemaal mooi en wel, maar hoe oefent men dat?

  • Eerst en vooral hoeft men discipline niet als levensvijandig te beschouwen of als het volgen van regels die door anderen zijn opgelegd, maar als een zelfdiscipline, een eigen wilsuiting die men prettig gaat vinden en die fysieke, mentale en zielerust brengt. Dit kan onder andere door te trainen, te mediteren, te lezen, te luisteren naar muziek, te wandelen in de natuur en door niet te veel toe te geven aan vluchtneigingen.
  • Wat concentratie betreft moet men eerst leren alleen zijn zonder meer. Deze oefening in onthechting zal je uiteindelijk leren in staat stellen om echt lief te hebben, daar je de anderen niet meer nodig hebt vanuit een of andere geprojecteerde gehechtheid of wat dan ook. Shikantaza, gewoon zitten- zwijgen- en- ademen is hiervoor bijvoorbeeld een goede oefening in bewustwording en open milde aandacht. Men zal merken dat dit in begin erg moeilijk kan zijn, dat men zich rusteloos en zelfs erg bang kan gaan voelen, dat het brein constant dingen denkt en niet 'leeg' wordt, maar als men de aandacht op de ademhaling richt en de hersenspinsels laat komen en laat voortdrijven zoals wolken aan de hemel zal men op de duur meer aarden in het eigen krachtcentrum. Bewustzijn houdt ook in dat je je energie niet laat versplinteren of meeglijden met mensen met slechte bedoelingen of met uitgebluste mensen of in mainstream oppervlakkigheden zoals bijvoorbeeld onecht gepraat. Dit wil niet zeggen dat je moeilijkheden, teleurstellingen en verdriet in het leven moet ontvluchten, maar dat je de mogelijkheden tot groei erin ziet en ze leert filteren om met de vrijgekomen energie iets moois te doen. Concentratie in verhouding tot de medemens houdt in eerste instantie in dat men actief luistert. De meeste mensen horen en geven raad, zonder werkelijk te luisteren. Zij nemen de anderen niet ernstig en hun antwoord is dat evenmin. Daardoor worden ze moe van zulk praten. Iedere activiteit, daarentegen, die met concentratie verricht wordt, maakt de mens beter wakker. Aandacht, bewustzijn, concentratie betekenen een volledig leven in het heden, in het hier en nu. Dit  vereist geduld, want wie wil forceren zal nooit slagen. Doorgaans slagen mensen er wel 'eens' in om los te komen van de identificatie met enige vorm en een toestand voorbij elke gedachte en geestesinstelling te hebben, maar ze kunnen blijkbaar onmogelijk dit niveau van diepe vredige aanwezigheid in het tijdloze nu handhaven, al zouden ze (of net omdat ze dat) willen. De mogelijkheid tot een bestendig bewustzijn en dus de volledige overgave aan het nu lijkt klaarblijkelijk een groeiproces maar is eigenlijk : een uitdovingsproces van egoillusies. Zo zien we als we heel eerlijk zijn dat als men nog niet tot de kern van het ware wezen is doorgedrongen, men terug vervalt in het illusoir patroon van condities, onrust en waanzin. Zelfs Orpeus die erin slaagde door zijn grote liefde en inspiratie de wetten van de hel te overwinnen, bleek zijn eindeloos vetrouwen in absolute vrijheid niet te kunnen vasthouden. De levensgrote koan van Hisamatsu: "Als niets meer werkt, wat doe je dan?" raakt het tere punt dat we vanuit de diepste wanhoop tot een doorbraak kunnen geraken van puur vormloos loskomen van welke identificatie dan ook.

top>

 

 

 

....

    top>

  • Stadia van groei:
  • vanuit onbewuste volmaaktheid, door de schijnbare onvolmaaktheid naar bewuste volmaaktheid of zoals de Aziaten het zo prachtig uitdrukken: 'Same, same but different!'

Bij het onder de knie krijgen van eender welke kunst of vaardigheid is geduld vereist. Hierbij doorgaat men verschillende fases, die men in het motorisch leren respectievelijk de cognitieve (waarbij men alle aandacht in het leren van de vorm, de techniek steekt), de associatieve (waarbij men vrije associaties en applicaties kan aanwenden) en de autonome fase (waarin men spontaan en vanzelf handelt voorbij de techniek en aandacht vrij heeft voor al wat is) noemt. Deze stadia komen sterk overeen met die van Sekiun, de 17de eeuwse japanse zwaardvechter. Hij noemde deze respectievelijke stadia Shu Ha Ri. Het vierde en hoogste stadium van de training werd nooit beschreven, maar wel mondeling overgeleverd van generatie op generatie. Dit was Ku (stadium van leegte). Dit betekende dat alles opgelost was en geen spoor achterliet, dat men niet meer gebonden was aan condities, gemoedstoestanden of wat dan ook. De geheime transmissie van het vierde stadium van de training betekent dat men het hoogste niveau bereikt heeft en dat niemand zijn bewegingen kan opsporen of zijn techniek kan bevatten. Hij wordt als het ware een oplossende vuurbal, vol licht en aandacht.

 

 

 

 

...

Aandacht, mededogen en 'voeling' in opvoeding.

Hoedanook, een ontspannen waakzaamheid en een geest die open staat voor veranderingen is cruciaal. Deze fijne opmerkzaamheid kan nog het best geillustreerd worden door het voorbeeld van de verantwoordelijkheidszin van een moeder voor haar baby: ze is gevoelig voor de kleinste levensuitingen van haar kind. Ze is daarbij niet angstig, maar is op een evenwichtige manier waakzaam. Op dezelfde manier moet men trachten waakzaam te zijn over zichzelf en bewust open te staan voor de innerlijke stem die ons bijna onmiddelijk vertelt waarom we angstig, somber of boos zijn. Voor lichamelijke processen hebben de meeste mensen nog wel een fijn gevoel, maar wat betreft psychische processen ligt het klaarblijkelijk een pak moeilijker, doordat de meeste mensen nog nooit iemand hebben leren kennen die geestelijk werkelijk gezond is. Er heerst ook geen echte behoefte tot zelfobservatie - waar men de wortel van zijn onrust in de drang naar gehectheid kan opsporen. Veel mensen hebben bijvoorbeeld nog nooit een zuiver, integer, echt liefhebbende mens beschouwd. Dit op zich al onthult een zeer hachelijk feit in heel ons opvoedingssysteem. Ons kennisonderwijs, dat eigenlijk al heel vroeg inhamert dat de geest enkel beperkte dingen kan bevatten, verwaarloost de vorming van bewustzijn die van de grootste betekenis is voor onze menselijke ontwikkeling en die slechts tot stand kan komen door rijpe puur-voelende mensen. Dit zijn onbevooroordeelde ootmoedigen met een overtuiging, een geloof in de mogelijkheden van de mens(heid) en met de moed om initiatief te nemen en lief te hebben.  Zij zijn de 'wegwijzers' die een creatieve levenshouding kunnen overdragen waarin leerlingen karakteristiek menselijke waarden ontwikkelen om zo het beste uit zichzelf te halen en het geloof hebben hun mogelijkheden optimaal te kunnen verwerkelijken. Wanneer onderwijs echter meer op dressuur lijkt, op inpassing, op 'voorbereiding op de maatschappij' en gericht op voorgekauwde te bereiken doelen, dan berust het op een gebrek aan geloof in de eigen mogelijkheden, waarbij dus wordt ingeprent wat wenselijk is en onderdrukt wat onwenselijk is.

Individuele ontwikkeling voltrekt zich dus in een sociale bedding. De uitbreiding van de karaktereigenschap 'liefhebben' in 'wachsende ringen' (uitdijende cirkels) zoals Rilke het omschreef is het religieuze ideaal van naastenliefde - dat zijn wortel vindt in de ervaring dat wij allen een zijn - dat, uitgaande van het vorige, in de sociale verhoudingen van onze kapitalistische maatschappij hooguit kan vervangen worden door de stelregel van fair play: Ik geef opdat jij zou geven ('do ut des') en voor wat hoort wat ('quid pro quo'). Aan de latijnse uitdrukkingen zie je meteen dat er in 2000 jaar niet veel veranderd is ('nil nove sub sole'). Heb uw naaste lief als uzelf is iets wezenlijk anders dan de ethiek van het eerlijk spel. Het eerste duidt op een verantwoordelijkheidsgevoel waarin je bereid bent antwoord te geven op de al dan niet geuite behoeften en vragen en samen groeit naar eenheid, terwijl men bij het laatste de ander niet als naaste maar als verwijderde ziet en steeds uitgaat van het eigen voordeel.

Veel mensen zijn van mening dat liefde dan ook bijna geheel onverenigbaar is met een 'normaal' leven in onze huidige maatschappij en dat wie nu over liefde spreekt, meedoet aan het bedrog en bewust nieuwe dwaalsporen uitzet. Maar, hoe achtenswaardig dit standpunt ook mag zijn, het kan zeer gemakkelijk afglijden tot cynisme en tot een zedelijk nihilisme dat we vandaag de dag vaak terugzien.  Hoewel de onverenigbaarheid van liefde en een 'normaal' leven abstract gezien misschien wel juist is, blijft er in ons steeds veranderend (en beurs-gecrasht) maatschappelijk bestel nog voldoende non-conformistische vrije speelruimte over. Daarmee is uiteraard niet gezegd dat het ideaal van naastenliefde zich vanzelf wel zal verwerkelijken, verre van zelfs. In onze maatschappij kan zij zich slechts marginaal ontwikkelen. Dit komt door de geest van onze maatschappij waarin de productie en consumptie van zoveel mogelijk waren centraal gesteld worden. Slechts de anarchistisch-ingestelde-zelfdenkende mens (los van welke beroepskeuze die ook heeft) kan zich met succes tegen die 'platland- matrix- geest' weren. Zij zijn het, die inzien dat er zich zeer radicale veranderingen in heel onze maatschappelijke structuur zullen moeten voltrekken om te voorkomen dat naastenliefde een uiterst marginaal verschijnsel blijft. In onze maatschappij, die beheerst wordt door een bureaucratie van topmanagers en beroepspolitici (juist degenen die het hardst verandering nodig hebben om weer 'mens' te worden, zorgen er voor dat er niets verandert aangezien zij alle baat menen te hebben bij een status quo) staat de mens constant blootgesteld aan massasuggestie, propaganda en reclame. Dit alles ontneemt hem zijn hart, maakt hem tot een slaaf, ja zelfs tot een automaat. Het herstel van zijn menselijke waardigheid is dus cruciaal om deel te hebben aan zijn wezenlijke menselijke ervaringen, aan menselijk leven. De maatschappij zou veel meer zodanig moeten worden georganiseerd dat de sociale liefhebbende natuur van de mens niet gescheiden blijft van zijn maatschappelijk bestaan, maar ermee versmelt. Het geloof dat naastenliefde mogelijk is als algemeen sociaal gebeuren en niet een marginaal individueel verschijnsel is een vertrouwen dat stoelt op het inzicht inwat de mens in wezenlijke potentie is.

Bovendien is het zo dat hoe harteloos onmenselijk en beestachtig een mens ook kan zijn, hij nooit niet-menselijk kan worden. Daardoor kan hij nooit vrede hebben met het kwaad (de totale vervreemding van ons ware wezen) als oplossing.  Een dier kent geen kwaad, want het handelt volgens een aangeboren instinct tot zelfbehoud. Door de grens van het onmenselijke te overschrijden, tracht de mens zijn humaniteit (en capaciteiten tot groei, liefde en vrijheid) te ontkennen door terug te vallen tot de prehumane staat. Hierbij verliest hij zichzelf in een tragische poging om de last van zijn mens-zijn te ontvluchten.

Elke mens kan dus groeien of terugvallen, ontwikkelen of regresseren en dit kan gebeuren in gradaties, zodat we bij het afglijden van ons mens-zijn eerder kunnen spreken van een tekort aan liefde, aan rede, aan mededogen, aan moed,...  en precies omdat die mogelijkheden in elk van ons schuilen is het besef hiervan essentieel om niet voorbarig over anderen te oordelen. We blijven allen mensen met een mensenhart, met een geweten en met de vrijheid onze eigen daden te kiezen. Toch mogen we er niet op vertrouwen dat er ergens wel iemand zal zijn die ons zal redden, maar we moeten beseffen dat we door verkeerde keuzes de mogelijkheid kunnen verliezen om onszelf te redden. Om goede keuzes te kunnen maken, moeten we bewust worden en tot inzicht komen in onze mogelijkheden en onze beperkingen, maar geen enkel inzicht zal ons helpen als we het vermogen om 'voeling' te hebben bij het leven verloren zijn.

top>

 

 

.

.

Slotwoord van de Boeddha . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ;

  • De Boeddha zou ooit gezegd hebben:
  • 'Doe goede daden, denk goede gedachten, maar bovenal wees puur'.
  • Eigenlijk hebben we niet veel meer nodig om ons te begeleiden maar eerlijk gezegd blijkt dit de allermoeilijkste les te zijn!